De stad Stalingrad
De geschiedenis van de stad Stalingrad loopt terug tot in de Middeleeuwen. In het jaar 1237 was de Gulden Horde van de
grote Mongoolse Khan de Volga overgestoken op deze uiterst geschikte doorwaadbare plaats. Hier creëerden ze een
grafheuvel, de Mamajev Koergan. In het Russisch betekent dit Heuvel van Mamai (Mamai was de leider van de Gulden Horde
in de 1370'er jaren.) De Tataren hadden het gebied verwoest, waren
doorgegaloppeerd naar de Don en vervolgens in westelijke richting Europees Rusland ingetrokken. In een woeste invasie
rukten ze op tot vlak voor Wenen en de Poolse grens. In de dertiende en veertiende eeuw begon Moskou zijn eigen expansie
in Azië. Het gebied werd een grenspost waar vandaan Russische soldaten uitvallen deden tegen de Mongolen. In 1589
besloot de Russische tsaar het verdedigingssysteem aan het zuidelijke front te verbeteren. Hij decreteerde dat het gebied
veilig was om te bewonen en in kort tijd werden verscheidene vestingen gebouwd. Een van hen was Tsaritsyn, welke in 1589
werd gesticht, wat 'Tsaritsa-Stad' (Tsaritsa = Gele Rivier) betekent in het Tataars. Deze handelsvesting lag op een eiland in
de Volga.
Hoewel de plaats veilig genoeg was om er te gaan wonen, was het er niet bepaald vredig. Russische rovers lieten een spoor
van verwoesting achter toen zij plunderend in noordelijke en zuidelijke richting langs de Volga trokken. Tsaritsyn, dat een
geografische sleutelpositie innam voor het vervoer van rijkdommen van de Kaukasus naar Moskou en Petrograd (het latere
Leningrad en Sint-Petersburg), naar het centrum van Rusland, en dat de oostelijke poort naar Azië vormde, was een plaats
waar altijd om gevochten zou worden.
Aan het begin van de 17e eeuw verwoestte een grote brand de gehele stad. Vanaf 1608 begon de wederopbouw van
de stad, nu op de westelijke Volga-oever, op de plaats waar de Tsaritsa uitmond in de Volga. In 1615 was de wederopbouw
voltooid.
 De stad was meerdere malen het toneel van militaire acties. In juni 1666 vielen de Don-Kozakken
Tsaritsyn aan, maar slaagden er niet in de stad te veroveren. In 1669 volgden de inwoners van Tsaritsyn de legendarische
Kozakkenleider Stepan T. Razin in een opstand. In 1670 was Tsaritsyn in handen van Razin. Hij hield de stad in bezit tijdens
een bloedige belegering.
Tsaritsyn groeide uit tot een belangrijke doorvoerhavenstad en commercieel centrum. Peter de Grote was de eerste
Russische tsaar die Tsaritsyn bezocht: voor het eerst in 1695 tijdens de Azov-campagne en in 1722 gedurende de Perzische
campagne.
In het begin van de 18e eeuw kwamen boeren uit de omgeving van Tsaritsyn in opstand onder leiding van Boelavin. Op 21
augustus 1774 slaagden de boeren er onder Jemeljan I. Poegatsjev in een grote eenheid regeringstroepen te verslaan. Ze
bestormden Tsaritsyn in een poging de lijfeigenen te bevrijden. Het lukte ze niet Tsaritsyn te veroveren en de beul van
tsarina Catharina II (de Grote) onthoofde Poegatsjev.
Catharina de Grote nodigde in de tweede helft van de 18e eeuw buitenlanders uit om zich de vestigen in het uitgestrekte
Russische achterland. De eerste buitenlanders die zich in en om Tsaritsyn vestigden kwamen in 1765; dit waren
voornamelijk Duitsers. Zij stichtten diverse plaatsen in de regio, waaronder Sarepta, wat vandaag de dag een voorstad van
Volgograd is. In 1875 bouwde een Frans bedrijf de eerste staalfabriek in de regio. De stad bloeide op en binnen enkele
jaren was de bevolking van de stad toegenomen tot meer dan 100.000 personen en in de Eerste Wereldoorlog werkte bijna
een kwart van de bewoners in de fabrieken van de stad. Ondanks de snelle bloei deed de stad denken aan het Amerikaanse
wilde westen. Groepjes tenten en bouwvallige huizen stonden in het wilde weg verspreid langs de rivieroever. Meer dan 400
café's en bordelen voorzagen in de behoeften van de bevolking. Ossen en kamelen deelden de ongeplaveide straten met
door paarden getrokken rijtuigen. Cholera-epidemieën teisterden de bevolking regelmatig tengevolge van de stapels vuil die
zich overal in de stad verzamelden.
 In de tweede helft van de 19e eeuw groeide Tsaritsyn uit tot het grootste commerciële en industriële
centrum in het zuidelijke Volga-gebied. Tsaritsyn werd als knooppunt van wegen en als grote rivierhavenstad een steeds
belangrijkere doorvoerhavenstad voor de goederen uit het zuiden.
Gedurende de Russische Burgeroorlog in 1918 werd er hevig gevochten om de stad. De troepen van het Bolsjevistische
Rode Leger onder leiding van de later beroemde maarschalken Iosif V. Stalin, Kliment Je. Vorosjilov, Semjon M. Boedenny
en Semjon K. Timosjenko verdedigden de stad tegen het
anti-Bolsjevistische Witte Leger onder leiding van de generaals Anton I. Denikin en Pjotr N. Vrangel. Een van de jongere
officieren van het Rode Leger die vochten bij Tsaritsyn was Vasily Ivanovitsj Tsjoeikov, welke daar 24 jaar later weer zou
vechten als generaal. Het Witte Koebanleger onder leiding van Vrangel veroverde de stad in juli 1919 op de troepen van
Stalin en hield deze bezet tot 1920. Stalin had zijn troepen opnieuw gegroepeerd op de steppe en viel de flanken van het
Witte Leger aan. De stad werd weer heroverd door de troepen onder Stalin. Dit is de officiële versie van het verhaal; het is
echter waarschijnlijker dat Stalin betrokken was als commissaris in het leger en dat zijn aandeel in de overwinning
beduidend kleiner was. Toen Stalin in 1924 aan de leiding was gekomen hernoemde hij de stad op 10 april 1925 naar
zichzelf, Stalingrad, wat 'Stalin-Stad' betekent. De stad werd geïndustrialiseerd en, hoofdzakelijk in het noordelijke deel van
de stad, ontstonden enorme fabrieken met grote arbeiderswijken. De belangrijkste en bekendste hiervan waren de
tractorfabriek 'Dzerzjinsky', de kanonnenfabriek 'Barrikady', de staalfabriek 'Krasny Oktjabr' (Rode Oktober)
en de chemische fabriek 'Lazoer'. Deze fabrieken produceerden zeer waardevolle goederen voor het Rode Leger.
 In de Tweede Wereldoorlog telde
Stalingrad ruim 450.000 inwoners. De slag om Stalingrad begon officieel op 17 juli 1942, hoewel de eerste vijandelijke
troepen de stad pas op 23 augustus bereikten. Gedurende de slag, die duurde tot en met 2 februari 1943, werd de stad
vrijwel volledig vernietigd en kwamen bijna anderhalf miljoen mensen om. De wederopbouw begon al in maart 1943, maar
pas tegen 1975 was de stad weer volledig herbouwd. Koning George VI van Groot-Brittannië schonk een juwelen zwaard
aan de inwoners van Stalingrad als dank voor de dapperheid die ze hadden getoond. Op de Mamajev Koergan, de Tataarse
grafheuvel in de stad, werd een groot standbeeld gebouwd ter nagedachtenis aan de gevechten om Stalingrad, genaamd
'Rodina-mat zovjot', wat 'Het moederland roept' betekent. Ook werd er al op 22 december 1942 een medaille ingevoerd
voor de betrokken soldaten, de Medaille voor de Verdediging van Stalingrad. 760.000 personen ontvingen deze
medaille.
Na de dood van Stalin in 1953 kwam Nikita Chroesjtsjov, voormalig commissaris bij
Stalingrad, aan de leiding. Hij hernoemde de stad op 10 november 1961 'Volgograd', wat 'Volga-Stad' betekent, als
onderdeel van de destalinisatie. Velen wilden dat de naam Stalingrad weer terug kwam, omdat deze slag zo'n belangrijk
onderdeel van de geschiedenis van de stad was geweest en deze nooit vergeten mocht worden. Dit ging niet door, maar ook
vandaag de dag zijn er nog vele mensen die willen dat Volgograd zijn oude naam weer terugkrijgt. Op 8 mei 1965, tijdens
de 20e verjaardag van de overwinning in de Grote Vaderlandse Oorlog, werd Volgograd benoemd tot Heldenstad en
onderscheiden met de Medaille van de Gouden Ster en de Orde van Lenin. In totaal kregen twaalf steden en een
vestingstad deze titel. Ook werd een Parijs' metrostation 'Stalingrad' genoemd en een plein 'Place Stalingrad'.
Vandaag de dag is Volgograd de hoofdstad van de gelijknamige oblast en heeft de stad bijna 1,1 miljoen inwoners.
Volgograd heeft zeventien partnersteden, met name steden die ook erg geleden hadden in de oorlog, waaronder twee
Duitse. Volgograd staat internationaal bekend om haar uitvoerproducten als tractoren, zeeschepen, staal, aluminium en
medische apparatuur. De stad is een belangrijk spoorwegknooppunt dat met Moskou, de Oekraïne en de Kaukasus is
verbonden. In de stad zijn ook nog diverse musea en gedenkplaatsen die herinneren aan de slag om Stalingrad, zoals het
Rode Plein en het Panorama-Museum 'Slag om Stalingrad'.
|